Cultureel ondernemers posten op sociale media regelmatig video's die goed bedoeld zijn maar nauwelijks kijkers vasthouden, omdat ze de verkeerde taal spreken voor het verkeerde medium. Het algoritme maakt geen onderscheid tussen een theatermaker met maatschappelijke missie en iemand die kattenvideo's deelt: alles wordt beoordeeld op de eerste drie seconden. Wie begint met 'wij geloven in de kracht van cultuur', is die kijker al kwijt. Het probleem is niet de boodschap, maar de ingang.
Voor een cultureel ondernemer staat er bij elke video meer op het spel dan bereik alleen. Subsidiegevers, fondsen en gemeenten kijken mee, en een video die niet aanslaat kan het beeld bevestigen dat cultuur elitair of ontoegankelijk is. Tegelijk is sociale media een van de weinige kanalen waar je publiek, partners en financiers tegelijk kunt bereiken zonder tussenkomst van een redactie.
Sociale media gedragen zich fundamenteel anders dan een toespraak of interview: de kijker heeft op elk moment de keuze om weg te swipen, er is geen sociaal contract dat hem verplicht te blijven. Een video van drie minuten met uitleg over artistieke visie werkt op YouTube al nauwelijks, op TikTok of Instagram Reels is het onzichtbaar. Het medium vraagt om een opening die meteen een vraag of spanning opwerpt, niet om een inleiding die context geeft.
Je begint met abstracte begrippen als 'culturele waarde' of 'maatschappelijk belang' in plaats van een concrete situatie die mensen direct raken
Cultureel ondernemers zijn gewend om in de taal van aanvragen en beleidsstukken te communiceren, maar die taal schakelt sociale mediagebruikers in de eerste seconde al uit.
Je spreekt te formeel en afstandelijk, alsof je een subsidieaanvraag voorleest in plaats van een persoonlijk verhaal te vertellen
De afstandelijke toon die professioneel voelt in een fondsenbrief, komt op video over als koud en onbenaderbaar, precies het tegenovergestelde van wat cultuur mensen zou moeten laten voelen.
Je maakt te lange video's vol gelaagde uitleg zonder visuele ondersteuning, terwijl sociale media juist om snelle, visuele impact vraagt
Een video waarin theatermaker Roos van der Berg drie minuten lang uitlegt wat haar voorstelling over eenzaamheid betekent, verliest negentig procent van de kijkers voordat ze bij het concrete voorbeeld komt.
Begin elke video met een concrete, specifieke situatie: 'Gisteren stond er na de voorstelling een jongen van een jaar of twaalf bij de uitgang te wachten tot iedereen weg was, en toen zei hij...'
Een opening met een echte persoon in een herkenbare situatie geeft de kijker meteen een reden om te blijven, veel krachtiger dan een abstracte belofte over wat jouw werk doet.
Gebruik de camera als gesprekspartner: spreek direct tegen de lens, gebruik je handen, en toon zonder schroom wat een reactie van publiek met jou doet
Cultureel ondernemer Hamid Bouras zag zijn bereik verdrievoudigen toen hij stopte met uitleggen en begon te laten zien hoe hij reageerde op een onverwachte vraag van een scholier na een workshop.
Houd video's op maximaal negentig seconden en toon altijd iets tastbaars: een backstagemoment, een repetitie, een handgeschreven briefje van een bezoeker
Concreet beeldmateriaal geeft algoritmes iets om mee te werken en geeft kijkers het gevoel dat ze ergens echt naar kijken, niet naar een praatje.
Het meest onderschatte PROOF-element bij cultureel ondernemers op sociale media is P, het persoonlijke. Ze presenteren zichzelf als vertegenwoordiger van een zaak of organisatie, terwijl de kijker alleen blijft hangen als er een mens tegenover hem staat die iets op het spel heeft.
Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.
Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag