Mediatraining voor Journalisten:
crisiscommunicatie

Als journalist die zelf in een crisis belandt, sta je tegenover collega's die jouw eigen interviewtechnieken tegen je gebruiken. Ze kennen de stilte die je laat vallen, de herhalende vraag, de schijnbaar vriendelijke toon die ineens scherp wordt. Juist omdat je het vak kent, onderschat je hoe anders het voelt als jij degene bent die iets moet verdedigen. Je vakkennis beschermt je niet, ze maakt je juist kwetsbaarder voor overmoedigheid.

Wat op het spel staat bij crisiscommunicatie als journalist is meervoudig: niet alleen je eigen reputatie, maar ook die van je redactie, je medium en je bronnen. Collega's in de zaal weten precies welke vragen schade opleveren en zijn niet geneigd je de makkelijke uitweg te geven, ook al kennen ze je persoonlijk.

Crisiscommunicatie als format kent geen redactietafel waar je nog even de formulering kan bijschaven. Je reageert in real time, op camera of tegenover een recorder, en elke zin kan direct geciteerd worden. Afwijkingen van je kernboodschap worden niet vergeten maar uitvergroot, zeker als de crisis rond journalistieke integriteit of werkwijze draait.

Waar gaat het mis?

01

Te veel uitleggen omdat je gewend bent verhalen te vertellen, waardoor je jezelf in de problemen praat

Een journalist als Mark Brouwer die in drie zinnen uitlegt waarom hij een bron niet noemde, geeft zijn interviewer precies het materiaal om een nieuwe vraag op te bouwen die hij niet had voorzien.

02

Defensief reageren op collega-journalisten die je aanpak of werkwijze in twijfel trekken

Defensiviteit tegenover collega's wordt in crisiscommunicatie gelezen als bewijs dat er iets te verbergen valt, en journalisten schrijven dat patroon ook zo op.

03

Denken dat je geen voorbereiding nodig hebt omdat je het vak kent, maar vergeten dat je nu de ondervraagde bent

Kennis van het format creëert een vals gevoel van controle: je weet hoe de vragen werken maar hebt je eigen antwoorden niet geoefend, wat live merkbaar is.

Zo kom je goed over

01

Behandel jezelf als elke andere woordvoerder: stel maximaal drie kernboodschappen op en keer daar telkens op terug, ook als de vraag een andere kant op trekt

Schrijf je drie kernboodschappen op papier voor het gesprek en oefen ze hardop, zodat je ze ook onder druk foutloos terugvindt.

02

Erken fouten direct en met één concrete zin, zonder uitleg of context die je niet zelf in de hand hebt

Zeg bijvoorbeeld: 'Ik had die foto niet mogen plaatsen, dat was mijn beslissing en die was verkeerd', en stop daar, want elke zin extra is een nieuwe ingang voor de volgende vraag.

03

Gebruik je vakkennis om bruikbare quotes te formuleren die journalisten letterlijk kunnen overnemen, en zeg bewust niets wat je niet in de krant wil zien

Formuleer één sterke quote over wat je gaat doen, niet wat er fout ging, zodat die zin de volgende dag bovenaan het stuk staat in plaats van de meest beschadigende uitspraak.

Het meest onderschatte PROOF-element voor journalisten in crisiscommunicatie is P, het persoonlijke. Ze zijn gewend zichzelf achter de inhoud te plaatsen, maar in een crisis willen mensen weten wie jij bent in dit verhaal, niet wat je weet van het onderwerp.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag