Een journalist die geïnterviewd wordt over zijn eigen werk, zit in een structurele valkuil: hij kent het klappen van de zweep, en dat werkt tegen hem. Hij weet hoe interviewers sturen, hij herkent de techniek achter elke vraag, en dat leidt tot overanalyse in plaats van directe antwoorden. Bovendien heeft hij geleerd om nooit een claim ongefundeerd te laten staan, waardoor hij in een interview-voorbereiding te veel wil bewijzen in te weinig tijd.
Voor een journalist staat bij een interview zijn geloofwaardigheid als vakman op het spel, niet alleen zijn mening. Als collega's of het publiek hem horen, beoordelen ze niet alleen wat hij zegt maar ook hoe hij zich gedraagt onder druk. Een journalist die zijn eigen verhaal niet helder krijgt in dertig seconden, ondermijnt impliciet zijn vakmanschap.
Een interview is geen redactievergadering en geen artikel. Er is geen ruimte voor nuancering achteraf, geen correctiemogelijkheid, geen subkop die de context geeft. Wat jij zegt, staat of klinkt precies zo, en de interviewer bepaalt wat er van overblijft. Dat is een andere logica dan de journalistieke productieketen waar jij gewend bent controle over te hebben.
Te lang doorpraten omdat je gewend bent elke claim journalistiek te onderbouwen
Een journalist als Marieke van den Berg die bij Nieuwsuur werkt, voelt de reflex om elke uitspraak te staven met context en bronnen, maar in een interview klonk dat als eindeloos voorbehoud en verloor ze haar kernboodschap.
Journalistieke nieuwsgierigheid laten winnen en het interview omdraaien met tegenvragen
Iemand als Thomas Akkerman, veteraan bij de Volkskrant, stelde halverwege zijn eigen interview drie vragen terug aan zijn interviewer omdat hij de redenering wilde toetsen, waardoor het gesprek volledig omsloeg en zijn boodschap verdween.
Aannemen dat de interviewer je achtergrond, je medium en je werkwijze kent
Een journalist gaat er vanuit dat zijn gesprekspartner weet wat een eindredacteur doet of waarom een verhaal spike wordt, maar een interviewer van een vakblad buiten de mediasector heeft daar geen beeld bij en stelt de volgende vraag gewoon door.
Formuleer maximaal drie kernpunten van één zin elk, en oefen die hardop tot je ze in twintig seconden kwijt kunt
Neem je drie punten op je telefoon op en luister terug: als je langer dan twintig seconden bezig bent met één punt, snij je totdat het past.
Noteer voor het gesprek expliciet welke vragen je níet gaat stellen, zodat je die reflex bewust blokkeert
Schrijf letterlijk op een post-it: geen tegenvraag, en leg die voor je neer tijdens de voorbereiding zodat je hem ziet als je neiging voelt opkomen.
Leg elk vakjargon en elk werkproces uit alsof je het aan iemand buiten de journalistiek uitlegt, en schrap alles wat die persoon niet direct begrijpt
Vraag iemand buiten je redactie, een partner, buurman of kennis zonder mediachtergrond, om je antwoorden terug te vertellen: alles wat zij niet kunnen reproduceren, schrap je.
Het meest onderschatte PROOF-element voor journalisten in een interview is P, het persoonlijke. Journalisten zijn getraind om zichzelf uit het verhaal te houden en objectiviteit te bewaken, waardoor ze ook als geïnterviewde wegblijven van wie zij zelf zijn in dat verhaal, en dat maakt hun antwoorden abstract en onpersoonlijk terwijl juist dat persoonlijke element bepaalt of een kijker of lezer hen gelooft.
Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.
Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag