Mediatraining voor Kunstenaars:
radio-interview

Voor kunstenaars is radio verraderlijk: je werk bestaat visueel, maar de luisteraar ziet niets. De verleiding om te vluchten in abstracte begrippen als 'ruimte', 'spanning' of 'dialoog met het materiaal' is enorm, en precies dát is wat je geloofwaardigheid kost. Een radioredacteur nodigt je uit vanwege je werk, maar de luisteraar haalt zijn volgende minuut alleen op als jij hem vertelt waarom dat werk ook zijn leven raakt.

Een radio-interview kan een tentoonstelling, een crowdfundingcampagne of een opdracht maken. Kunstenaars hebben zelden een PR-machine achter zich: dit optreden is vaak de enige kans om een breed publiek te bereiken buiten de eigen kring van verzamelaars, curatoren en collega's. Wat je hier zegt, bepaalt of iemand naar de galerie rijdt of de radioknop verzet.

Radio heeft geen pauzeknop. De luisteraar rijdt auto, doet de afwas of zit in de trein: bij de eerste onbegrijpelijke zin is hij weg en hij komt niet terug. Anders dan in een interview voor een kunstblad krijg je geen tweede kans om een term te verklaren, en de presentator zal je zelden redden door door te vragen op jargon dat hij zelf ook niet begrijpt.

Waar gaat het mis?

01

Te lang zoeken naar de juiste woorden, waardoor je stiltes laat vallen die dood klinken op radio

Radio is lineair en genadeloos: een stilte van drie seconden klinkt voor de luisteraar als een technische storing, niet als nadenken, en de presentator zal de vraag herhalen of doorstomen naar een volgend onderwerp.

02

Vervallen in kunstjargon en conceptuele taal die luisteraars niet begrijpen

Woorden als 'performatief', 'post-digitaal' of 'materiaalonderzoek' zijn binnen de kunstwereld vanzelfsprekend, maar de gemiddelde NPO-luisteraar haakt bij zulke termen onmiddellijk af en dat verlies haal je in dat interview niet meer in.

03

Te bescheiden zijn over je werk en jezelf wegcijferen achter vage omschrijvingen

Kunstenaars zijn gewend aan een omgeving waar bescheidenheid deugd is, maar op radio leest de luisteraar gereserveerdheid als gebrek aan overtuiging: als jij niet zeker klinkt over je eigen werk, geeft hij er ook niets om.

Zo kom je goed over

01

Oefen concrete, beeldende omschrijvingen van je werk: 'Ik maak sculpturen van roest en glas die eruitzien als aangespoeld scheepswrak' in plaats van 'Ik werk met materiaal en vorm'

Schrijf de omschrijving van je werk letterlijk op en spreek hem hardop in, zodat hij vanzelf komt tijdens het interview: schilder Lotte Vos deed dit voor haar NPO Radio 1-optreden en noemde haar werk 'geschilderde stillevens van weggegooide supermarktbonnen', waarna de presentator daar spontaan op doorvroeg.

02

Bereid drie korte verhalen voor over je werk die je kunt vertellen zonder na te denken

Die drie verhalen zijn je veiligheidsnet: als een vraag je verrast, stuur je het gesprek terug naar een verhaal dat je al kent en dat werkt ook als de presentator een compleet andere insteek kiest dan je verwachtte.

03

Spreek in een iets hoger tempo dan normaal en vul onvermijdelijke tussenmomenten op met een brugzin als 'Laat ik het zo zeggen' of 'Een concreet voorbeeld'

Een brugzin geeft je twee seconden om te schakelen zonder dat de luisteraar het merkt als aarzeling, en het klinkt zelfverzekerd in plaats van onzeker.

Het meest onderschatte PROOF-element voor kunstenaars op radio is R, Relevant. Kunstenaars redeneren vanuit hun werk en veronderstellen dat de luisteraar de waarde ervan al voelt, maar op radio moet je in de eerste tien seconden uitleggen waarom iemand die nooit in een galerie komt toch moet blijven luisteren.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag