Mediatraining voor NGO-directeuren:
crisiscommunicatie

Een ngo-directeur staat bij crisiscommunicatie voor een paradox: jij bent gewend mensen te mobiliseren voor een goed doel, maar zodra de camera's draaien in een crisis ben je zelf het verhaal. Dat is een positie waarvoor de meeste ngo-directeuren nooit zijn opgeleid. Donateurs die twijfelen trekken zich terug, soms binnen uren na een uitzending, en dat raakt niet alleen je begroting maar ook de mensen voor wie je werkt.

Bij een ngo staat de maatschappelijke legitimiteit op het spel, niet alleen de reputatie. Als een commercieel bedrijf in een crisis struikelt, is de schade zakelijk. Als een ngo dat doet, verlies je het morele gezag dat je hele bestaansrecht vormt. Donateurs, subsidiegevers en vrijwilligers hebben gekozen voor jouw organisatie omdat ze vertrouwen hadden in jouw integriteit, en dat vertrouwen is breekbaarder dan een aandelenkoers.

Crisiscommunicatie werkt anders dan een persconferentie of interview dat je plant. De camera is er al voor jij de situatie volledig begrijpt, de journalist heeft al bronnen gesproken en vragen zijn eerder aanklachten dan uitnodigingen. Elke seconde stilte of aarzeling wordt door de kijker ingevuld als schuld, en een antwoord dat genuanceerd bedoeld is klinkt in een twintig seconden durende clip als ontwijken.

Waar gaat het mis?

01

Je gaat in de verdediging en ontkent verantwoordelijkheid, waardoor je koud en onbetrouwbaar overkomt

Voor een ngo-directeur is defensief gedrag extra schadelijk: jouw organisatie claimt waarden als transparantie en maatschappelijk belang, en ontkennen staat daar rechtstreeks mee op gespannen voet, waardoor de crisis verdubbelt tot een geloofwaardigheidscrisis.

02

Je verzuimt concrete acties te noemen die je organisatie neemt om het probleem aan te pakken

Bij een ngo verwachten donateurs en media niet alleen dat je het erkent maar ook dat je laat zien dat je de mensen beschermt voor wie je werkt, en abstracte beloftes worden in crisistijd door niemand meer geloofd.

03

Je spreekt over 'stakeholders' en 'procedures' in plaats van gewone mensentaal die iedereen begrijpt

Jargon als 'we volgen onze interne governance-procedures' klinkt in een crisissituatie niet professioneel maar kil, en voor een ngo die publiek vertrouwen als grondstof gebruikt is kilheid fataal.

Zo kom je goed over

01

Erken de situatie in de eerste zin zonder voorbehoud en benoem expliciet wie er geraakt is, niet wat er procedureel mis ging

Hilde Brouwer van Stichting Anker zei in een vergelijkbare situatie direct voor de camera: 'Er zijn gezinnen door ons in de steek gelaten en dat is niet acceptabel', die openingszin haalde de angel eruit voordat de journalist zijn tweede vraag kon stellen.

02

Noem twee of drie concrete acties die je vandaag nog onderneemt, met tijdstip of deadline erbij als dat kan

Een deadline maakt een belofte controleerbaar en dus geloofwaardig: 'Morgenochtend om tien uur presenteren we de uitkomsten van ons interne onderzoek' is een zin die werkt, 'we nemen dit zeer serieus' is dat niet.

03

Spreek als de persoon die je bent, niet als de functietitel op je visitekaartje: zeg 'de mensen die wij ondersteunen' en 'iedereen die ons steunt' in plaats van 'begunstigden' en 'donateurs'

Kijkers beslissen binnen de eerste tien seconden of ze je geloven, en menselijke taal verlaagt de drempel voor dat vertrouwen sneller dan welke inhoudelijke boodschap ook.

Het meest onderschatte PROOF-element bij ngo-directeuren in crisiscommunicatie is P, het persoonlijke. Ze treden op namens de organisatie en vergeten daardoor zichzelf in beeld te brengen als mens met een eigen positie in dit verhaal, terwijl kijkers in een crisis niet een organisatie willen zien maar iemand die persoonlijk aanspreekbaar is op wat er mis is gegaan.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag