Mediatraining voor NGO-directeuren:
persconferentie

Een persconferentie is voor een ngo-directeur geen gesprek maar een meervoudige aanval van alle kanten tegelijk: journalisten met verschillende agenda's, aanwezig publiek dat elke aarzeling ziet, en een camera die twijfel vergroot. Het gevaar zit niet in één lastige vraag maar in de cumulatieve dynamiek, want als je bij de tweede vraag al defensief reageert, is de toon voor de rest gezet. Ngo-directeuren worden extra hard bevraagd omdat ze publiek geld beheren of belastingvoordelen genieten, wat journalisten morele ruimte geeft om harder door te vragen dan bij een commercieel bedrijf.

Voor een ngo-directeur staat bij een persconferentie meer op het spel dan bij een gewone update: een kritisch fragment van dertig seconden kan donateurs doen afhaken, subsidiegevers nerveus maken of politici die jouw organisatie steunen in een lastige positie brengen. Tegelijk wil de directeur zijn eigen mensen, de medewerkers in het veld en de vrijwilligers, niet de indruk geven dat er iets mis is wat hij probeert te managen.

Een persconferentie verschilt technisch van een interview doordat je geen controle hebt over de volgorde of toon van de vragen, en doordat andere journalisten in de zaal de vervolgvraag kunnen opbouwen op wat een collega net aan het licht bracht. Het is een format waarbij de zaal als geheel een verhaal aan het construeren is, niet jij, en waarbij stiltes, herhalingen en het ontwijken van vragen direct zichtbaar zijn voor iedereen aanwezig.

Waar gaat het mis?

01

Verdedigend reageren op vragen over salaris of overhead in plaats van direct door te schakelen naar maatschappelijke impact met concrete cijfers

Als journalist Martijn de Groot vraagt waarom jouw salaris hoger is dan dat van de minister-president en jij begint uit te leggen hoe verantwoord de governance is ingericht, heeft de volgende ochtend elke krant dat salaris als kop staan, niet jouw weerlegging.

02

Jargon en vage beloftes gebruiken zonder verifieerbare resultaten, waardoor journalisten zelf invullen wat je niet zegt

Als je zegt dat je organisatie 'significante impact heeft gerealiseerd in kwetsbare gemeenschappen', heeft NOS-journalist Esther Janssen binnen een uur een fact-checker op je website gezet die niets kan vinden en dat verwerkt in haar stuk.

03

Emotioneel of geïrriteerd worden bij confronterende vragen over falen of misstanden, waarna de emotie het nieuws wordt in plaats van de inhoud

Als je bij een vraag over een misstand in een partnerorganisatie in Oeganda zichtbaar geïrriteerd reageert op de toon van de vraag, is de kans groot dat RTL Nieuws de clip gebruikt met als onderschrift 'directeur reageert geëmotioneerd op vragen over wanbestuur'.

Zo kom je goed over

01

Bereid drie kernboodschappen voor met concrete, verifieerbare resultaten, zoals het exacte aantal geholpen mensen, een specifieke beleidsverandering of een auditrapport, en keer daar bij elke vraag naar terug

Als Trouw vraagt naar de overhead en jij direct antwoordt met 'Zeventien procent overhead, lager dan het sectorgemiddelde van tweeëntwintig procent, en hier zijn de accountantsverklaring en het jaarverslag' is het gesprek feitelijk en sluit jij het frame.

02

Anticipeer vooraf op de drie zwaarste vragen over financiën, salaris en tegenvallers en schrijf de antwoorden letterlijk uit met cijfers, zodat je ze niet hoeft te construeren terwijl de camera draait

Directeur Sandra Okonkwo van een klimaatorganisatie liet zich verrassen door een vraag over een mislukt pilotproject omdat ze het niet had voorbereid, waarna haar haperingen als ontwijkgedrag werden geïnterpreteerd terwijl ze gewoon zocht naar de feiten.

03

Gebruik een vaste brugzin om van kritiek terug te keren naar je missie, bijvoorbeeld 'Dat neem ik serieus, en precies daarom is het relevant dat we dit jaar drieduizend mensen uit acute voedselonzekerheid hebben gehaald'

De brugzin werkt omdat hij de kritiek erkent zonder er in mee te gaan, en direct doorstuurt naar het terrein waar jij sterker staat dan de journalist, namelijk de concrete praktijk van je werk.

Het meest onderschatte PROOF-element bij ngo-directeuren op een persconferentie is O van Opbouw: ze brengen te veel feiten mee omdat ze willen bewijzen dat de kritiek onterecht is, maar drie stevige, verifieerbare cijfers overtuigen meer dan twaalf verdedigingen. Wie selecteert wat hij zegt, heeft grip op de ruimte, wie alles zegt, verliest die grip.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag