Mediatraining voor Vakbondsleiders:
radio-interview

Een vakbondsleider in een radio-interview staat gelijktijdig voor drie publieke met tegengestelde verwachtingen: werknemers die bevestiging willen, werkgevers die aangevallen worden en politici die druk voelen. Je hebt geen grafiek, geen persbericht en geen publiek dat applaudisseert, alleen je stem en maximaal vier minuten. Bovendien is de interviewer er niet om jou een platform te geven maar om je te testen, en een zwakke repliek op een kritische vraag is morgen de clip die rondgaat op sociale media.

Als vakbondsleider vertegenwoordig je een achterban die luistert om te horen of jij hun belangen durft te verdedigen. Tegelijk weet je dat werkgevers en ministeries meeluisteren, en dat een onvoorzichtige uitspraak over een lopende onderhandeling je onderhandelingspositie direct kan beschadigen. Het risico is niet alleen dat je slecht overkomt, maar dat je concrete schade aanricht aan een proces dat al maanden loopt.

Radio is een vluchtig medium waarbij de luisteraar gemiddeld maar een fractie van zijn aandacht bij jou heeft: hij rijdt, kookt of werkt. Een abstract betoog over cao-structuren verdwijnt in de achtergrond, maar een concrete anekdote of een onverwacht harde uitspraak blijft hangen. Bovendien snijdt de presentator je af zodra hij vindt dat het genoeg is, niet zodra jij klaar bent met je redenering.

Waar gaat het mis?

01

Te veel jargon gebruiken waardoor gewone werknemers afhaken en je boodschap niet overkomt

Als je als vakbondsleider termen als 'loondifferentiatie' of 'arbeidsrechtelijke kaders' gebruikt in een radiogesprek, verlies je precies de mensen die jij zegt te vertegenwoordigen, en die luisteren op dat moment in hun auto op weg naar hun werk.

02

Defensief reageren op kritische vragen over stakingen in plaats van proactief je standpunt toe te lichten

Een vraag als 'maar jullie houden toch gewoon mensen gegijzeld met die staking?' is bedoeld om jou op de achtervoet te zetten, en wie verdedigt verliest al, want de luisteraar hoort alleen dat je iets uit te leggen hebt.

03

Te lange antwoorden geven waardoor de interviewer je afkapt en je kernboodschap verloren gaat

Presentator Lisette van Dam van Radio 1 stelt je een vraag, jij begint aan een uitgebreid driedelig antwoord, en na tien seconden kapt ze je af met een vervolgvraag, waardoor je kernpunt nooit gezegd is en je de rest van het interview achter de feiten aanloopt.

Zo kom je goed over

01

Bereid drie kernboodschappen voor in begrijpelijke taal en herhaal deze steeds, ongeacht de vraag

Bepaal voor het interview letterlijk drie zinnen die je koste wat kost gezegd wilt hebben, schrijf ze op en oefen ze hardop zodat ze er in elke volgorde uit komen, ook als de eerste vraag al een compleet andere richting opgaat.

02

Gebruik concrete voorbeelden van je achterban: 'Neem nou Sandra uit de distributiehal in Venlo, die draait elke week nachtdiensten en kan haar energierekening niet meer betalen'

Een naam, een stad en een concreet bedrag maken een werknemer herkenbaar voor luisteraars die zichzelf daarin herkennen, wat een abstracte loonsverhoging van drie procent nooit doet.

03

Spreek in korte zinnen van maximaal vijftien woorden en stop bewust na elke zin, zodat de presentator hoort dat jij weet wanneer je klaar bent

Door zelf te stoppen geef je de presentator geen reden om je af te kappen, en behoud je de regie over wanneer jouw punt gemaakt is.

Het meest onderschatte PROOF-element voor vakbondsleiders in een radio-interview is P, het persoonlijke. Ze spreken namens een collectief en vallen daardoor snel terug op 'wij eisen' en 'onze leden', maar op radio vertrouwt een luisteraar een mens, niet een organisatie. Wie zichzelf even zichtbaar maakt, waarom dit hem persoonlijk raakt, wint eerder het oor van de luisteraar dan wie namens tienduizend anonieme leden spreekt.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag