Mediatraining voor Wetenschappers:
crisiscommunicatie

Als wetenschapper ben je getraind om met precisie te spreken, maar crisiscommunicatie beloont precisie niet, die beloont duidelijkheid. Je wordt gebeld terwijl je midden in je onderzoek zit, een camera staat al klaar en een producent wil binnen tien minuten je quote. Het probleem is niet dat je de materie niet kent, het probleem is dat jouw manier van kennis overbrengen haaks staat op wat crisiscommunicatie vereist.

Bij een crisis staat niet alleen je vakgebied onder druk, maar ook jouw positie als gezaghebbende stem. Als je boodschap vaag overkomt, vult een journalist of een Twitter-commentator het gat. Beleidsmakers, het publiek en soms ook je eigen instelling kijken mee: wat je zegt kan beleid beïnvloeden, subsidiestromen raken en je reputatie als betrouwbare expert voor jaren kleuren.

Crisiscommunicatie is geen interview en geen persconferentie. Het tempo ligt hoger, de redactie heeft al een frame klaar voordat jij de telefoon opneemt, en een misverstand wordt niet gecorrigeerd maar versterkt. Er is geen ruimte voor een bijzin met voorbehoud, want die bijzin haalt de eindmontage niet.

Waar gaat het mis?

01

Te veel nuanceren waardoor je boodschap onduidelijk wordt en het publiek het vertrouwen verliest

Als jij zegt 'het is complex en er zijn meerdere scenario's denkbaar', hoort de kijker 'ze weten het zelf ook niet', terwijl jij bedoelt dat je eerlijk bent over de wetenschap.

02

Vakjargon gebruiken omdat je onder tijdsdruk geen simpelere formulering paraat hebt

Wanneer jij 'aerosoltransmissie' of 'reproductiegetal' zegt zonder uitleg, haakt zeventig procent van het publiek af in de eerste tien seconden, nog vóór je kernboodschap komt.

03

Jezelf of je vakgebied verdedigen in plaats van de vraag van het publiek beantwoorden

Als een journalist vraagt of wetenschappers het bij het verkeerde eind hadden en jij begint met 'dat is een verkeerde voorstelling van zaken', ben je al aan het verdedigen in plaats van uitleggen, en verlies je het frame meteen.

Zo kom je goed over

01

Schrijf voor je optreden drie zinnen op in gewone taal: wat weten we zeker, wat doen we nu, wat betekent dit voor mensen thuis

Viroloog Laura Smits noteerde voor haar eerste crisisoptreden letterlijk: 'Het virus verspreidt zich via de lucht, we adviseren ventilatie, open dus een raam', die drie zinnen kwamen terug in elk antwoord en werden de volgende dag geciteerd.

02

Gebruik één concreet dagelijks voorbeeld om het abstracte probleem tastbaar te maken

Epidemioloog Kees van Dijk legde besmettingskansen niet uit met statistieken maar zei: 'Stel je voor dat je met tien mensen in een slecht geventileerde vergaderzaal zit, dan is de kans op overdracht vergelijkbaar met één rokende persoon in datzelfde vertrek', dat bleef hangen.

03

Benoem de onzekerheid in één zin en stap dan meteen over naar wat wel vaststaat en wat de volgende stap is

Zeg 'we weten nog niet hoe lang de immuniteit duurt, maar we weten dat vaccinatie ernstige ziekte voorkomt, en dat is waarop het beleid nu gebaseerd is': zo erken je onzekerheid zonder de regie kwijt te raken.

Het meest onderschatte PROOF-element voor wetenschappers in crisiscommunicatie is P, het persoonlijke. Wetenschappers presenteren liever de data dan zichzelf, maar het publiek vertrouwt in een crisis mensen, geen modellen, en wie jij bent en waarom jij dit zegt bepaalt of iemand luistert of wegzapt.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag