Een persconferentie vraagt van een wetenschapper iets wat haaks staat op zijn opleiding: je moet je onderzoek reduceren tot één heldere zin terwijl journalisten al hun volgende vraag formuleren. De verleiding om nuance in te bouwen is groot, maar een persconferentie tolereert geen voorbehouden. Camera's en microfoons registreren elke aarzeling, en een half antwoord wordt een kop waar je niet om gevraagd hebt.
Voor een wetenschapper staat bij een persconferentie niet alleen de studie op het spel, maar ook de reputatie van het instituut, de bereidheid van financiers om vervolgonderzoek te steunen, en het beeld dat het publiek krijgt van de wetenschap als geheel. Een ongelukkige formulering over onzekerheid in je data kan de volgende ochtend worden gepresenteerd als 'wetenschappers twijfelen zelf', ook als die onzekerheid methodologisch volkomen normaal is.
Een persconferentie is geen interview en geen lezing. Journalisten stellen vragen in het bijzijn van concurrenten, waardoor ze prikkels hebben om scherp of provocatief te formuleren. De zaal heeft een eigen dynamiek, vragen volgen snel op elkaar, en je hebt geen controle over de volgorde of het onderwerp. Wat je in minuut drie zegt kan worden losgeknipt van wat je in minuut één hebt gezegd.
Beginnen met de methodologie in plaats van de conclusie, waardoor journalisten afhaken voor je je punt maakt
Een journalist van een dagblad heeft zijn verhaal al na je openingszin, als je die zin vult met steekproefgrootte en p-waarden schrijft hij zijn eigen samenvatting en die is zelden de jouwe.
Bij kritische vragen terugvallen op technisch jargon als schild, wat juist wantrouwen wekt in plaats van gezag
Als klimaatwetenschapper Marieke Hofman bij een scherpe vraag over haar modellen ineens begint over 'confidence intervals' en 'ensemble runs', interpreteert de zaal dat als ontwijken, niet als expertise.
Antwoorden geven van meer dan een minuut, waardoor de boodschap verdwijnt in de hoeveelheid woorden
Bij een persconferentie over medicijnonderzoek geldt: als epidemioloog Thomas Verbeek meer dan vijftig seconden spreekt, zijn drie van de acht aanwezige journalisten al aan het tikken op hun telefoon en missen ze de voorbehouden die hij zorgvuldig inbouwt.
Open altijd met de kernboodschap in één zin, formuleer die van tevoren en schrijf hem letterlijk op
Neurowetenschapper Sara Dijk schrijft voor de persconferentie letterlijk op: 'Mensen met dit gen hebben veertig procent meer kans op vroege dementie', en opent daar elke keer mee, ook als de vraag iets anders beoogt.
Bereid per verwacht kritisch thema één concrete zin voor die je terugbrengt naar de hoofdlijn, geen vakjargon
Als een journalist vraagt of je onderzoek 'dan wel klopt', heb je van tevoren bepaald dat je antwoordt met een vergelijking die een vijftienjarige begrijpt, waarna je terugkeert naar die ene kernzin.
Oefen met een timer en een collega die journalist speelt, houd elk antwoord onder de veertig seconden
Door tien minuten te oefenen met een timer merk je dat je gewend bent om twee minuten te antwoorden en dat je de helft van die tijd kunt schrappen zonder informatieverlies.
Het meest onderschatte element is R, relevantie. Wetenschappers gaan er instinctief van uit dat hun onderzoek voor zich spreekt, maar een journalist op een persconferentie wil in de eerste vijf seconden begrijpen waarom dit nieuws is voor zijn lezers, niet voor de vakgemeenschap. Wie dat niet actief benoemt, verliest de zaal al voor de eerste vraag.
Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.
Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag