Mediatraining voor Wetenschappers:
radio-interview

Wetenschappers zijn gewend aan collegezalen, conferenties en peer review, niet aan een radiostudio waar een presentator in drie minuten wil weten wat jouw onderzoek 'betekent voor de gewone mens'. Het medium dwingt tot keuzes die haaks staan op wetenschappelijke precisie: geen nuance, geen voetnoten, geen voorbehoud bij elk getal. Wie niet leert die keuzes bewust te maken, verliest de controle over zijn eigen boodschap. En dat is precies het moment waarop een journalist de conclusie voor je trekt.

Bij een radio-interview gaat het niet alleen om kennisoverdracht, er staat ook reputatie op het spel. Subsidiegevers, beleidsmakers en collega's luisteren mee, en een verkeerd geciteerde uitspraak of een onhandig geformuleerde conclusie kan maandenlang nasmeulden. Tegelijk is dit het format waarmee je in één ochtend meer mensen bereikt dan met tien jaar publiceren in vakbladen.

Radio is blind en linear: de luisteraar kan niet terugspoelen, kan geen grafiek bekijken en hoort alleen jouw stem. Dat betekent dat tempo, woordkeuze en zinsbouw communicatiemiddelen zijn die even hard meetellen als de inhoud. Een presentator als Sander de Vries van Radio 1 onderbreekt je zodra hij denkt dat zijn publiek afhaakt, niet omdat hij je argument wil weerleggen, maar omdat radio nu eenmaal zo werkt.

Waar gaat het mis?

01

Te veel jargon gebruiken omdat je gewend bent aan vakgenoten, radiolisteners haken meteen af bij onbekende termen

Een wetenschapper die 'longitudinale cohortdata' zegt waar 'langlopend onderzoek onder een vaste groep mensen' had gekund, verliest de luisteraar in de eerste dertig seconden en krijgt die niet meer terug.

02

Te snel praten door nervositeit waardoor belangrijke bevindingen onduidelijk worden, radio laat geen herhaling toe

In een live-interview kan de presentator niet wachten: als jij door nervositeit door je zinnen heen raast, snijdt hij je af of parafraseer hij wat hij denkt gehoord te hebben, en dat is zelden wat jij bedoelde.

03

Lange stiltes nemen om na te denken, bij radio voelt elke seconde stilte als een eeuwigheid en verlies je de luisteraar

Een wetenschapper die gewend is zorgvuldig te formuleren, ervaart een denkpauze van vier seconden als normaal, maar voor de luisteraar klinkt het als technische storing of onzekerheid, en voor de presentator is het een signaal om over te nemen.

Zo kom je goed over

01

Bereid drie kernboodschappen voor in gewone woorden en oefen hardop, gebruik analogieën uit het dagelijks leven

Oefen letterlijk hardop, niet in je hoofd: zeg je kernboodschap drie keer op rij tegen de muur totdat je hem soepel en niet robotachtig kunt uitspreken, want het verschil hoor je pas als je het hoort.

02

Praat bewust langzamer dan normaal en articuleer overdreven duidelijk, je stem moet vertrouwen uitstralen

Neem de avond voor het interview tien minuten om fragmenten van jezelf op te nemen met je telefoon en terug te luisteren, wetenschappers onderschatten systematisch hoe hoog hun spreektempo in werkelijkheid is.

03

Vul denkpauzes op door de vraag te herhalen of kort samen te vatten, dit geeft denktijd zonder stilte

Bereid twee tot drie bruikbare overgangsformuleringen voor zoals 'wat je eigenlijk vraagt is' of 'de kern van mijn onderzoek is', zodat je die in de studio zonder nadenken kunt inzetten als je even tijd nodig hebt.

Het meest onderschatte PROOF-element voor wetenschappers in een radio-interview is P, het persoonlijke. Wetenschappers zijn getraind om zichzelf uit het verhaal te houden en objectiviteit te benadrukken, maar radiolisteners vertrouwen op een mens achter de feiten, niet op een instituut of een methodologie.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag