Mediatraining voor Wetenschappers:
TV-interview

Een wetenschapper in een tv-interview zit structureel in de verkeerde modus: je bent getraind om te nuanceren, de camera beloont degene die beslist. De presentator wil een helder ja of nee, de kijker wil weten wat hij ermee moet, en jij wilt je vakgebied recht doen. Dat zijn drie doelen die niet automatisch samenvallen. Twee minuten zendtijd klinkt haalbaar totdat je merkt dat de eerste vraag al een vereenvoudiging is waar je eigenlijk een half college tegenaan wilt gooien.

Wat er op het spel staat, is niet alleen je reputatie maar ook de geloofwaardigheid van je onderzoeksgroep, je instituut en soms je financiering. Een slecht optreden bij DWDD of in een NOS-uitzending wordt door collega's gezien, door je decaan gezien en door de journalists die volgende keer bellen om te bepalen of jij de bron bent die ze willen bellen. Je bent niet alleen jezelf aan het presenteren, je bent ook het gezicht van een vakgebied.

Tv werkt anders dan een lezing of een podcast: de regie beslist wanneer je mond houdt, de snijkamer bepaalt welke zin van jou overblijft en de presentator heeft zijn vragen al voor de uitzending vastgelegd zonder jouw input. Je spreekt niet tot een publiek dat heeft gekozen voor jouw onderwerp, maar tot mensen die toevallig nog niet naar een andere zender zijn overgestapt. Elk technisch woord dat je gebruikt is een moment waarop de kijker afhaakt en niet terugkomt.

Waar gaat het mis?

01

Te veel nuance toevoegen waardoor je hoofdboodschap verdwijnt in een web van voorbehouden en uitzonderingen

Een zin als 'dat hangt af van de dosering, de populatie en de tijdsduur van blootstelling' is vakkundig maar fataal op tv, want de presentator kapt je af en de kijker onthoudt alleen dat je geen antwoord gaf.

02

Beginnen met methodologie of achtergrond in plaats van direct het antwoord te geven waar kijkers op zitten te wachten

Als jij begint met 'Ons onderzoek liep van 2019 tot 2023 en gebruikte een cohort van drieduizend deelnemers' is de presentator al halverwege zijn vervolgvraag en heeft de kijker al gewisseld.

03

Vakjargon gebruiken zonder dat je het onmiddellijk vertaalt naar iets concreets en zichtbaars

Een klimaatwetenschapper die 'antropogene CO2-emissies' zegt zonder uitleg verliest de kijker niet omdat die dom is, maar omdat tv geen ruimte laat voor een tweede kans om een begrip te begrijpen.

Zo kom je goed over

01

Begin elk antwoord met je conclusie in één zin, voeg daarna pas één ondersteunend feit toe als de tijd het toelaat

Stel jezelf voor de opname de vraag: als ze mijn antwoord morgen in een krantenkop zetten, welke zin zou dat moeten zijn, en begin dan met die zin.

02

Vertaal elk technisch concept naar een alledaagse situatie die de kijker herkent uit zijn eigen leven, niet uit een studieboek

Toxicoloog Mieke van den Berg legde blootstelling aan microplastics ooit uit als 'elke week een creditcard opeten', een beeld dat journalisten sindsdien bleven gebruiken.

03

Oefen je kernboodschap in dertig seconden hardop en vraag iemand zonder vakkennis of die persoon begrijpt wat je bedoelt

Als je buurman van zestig het niet begrijpt, begrijpt de gemiddelde kijker het ook niet, en de presentator gaat je niet de tijd geven om het uit te leggen.

Het meest onderschatte PROOF-element voor wetenschappers in een tv-interview is P, het persoonlijke. Wetenschappers zijn getraind om zichzelf uit het verhaal te houden, maar op tv vertrouwt de kijker pas op de boodschap als hij de persoon erachter ziet, en wie je bent in dit verhaal is minstens zo overtuigend als wat je zegt.

Wil je weten hoe jij overkomt?

Upload een fragment van je mediaoptreden en krijg binnen minuten een persoonlijke mediascore met concrete feedback.

Probeer PROOF gratisGeen creditcard nodig · Direct aan de slag